In het kort
- Het funderingslabel heet officieel de funderingsrisicoklasse en loopt van A tot en met E.
- De klasse staat sinds 1 april 2026 in het model Taxatierapport Woonruimte van het NRVT.
- Het funderingsrisicorapport van KCAF is daarbij de primaire bron.
- Bij klasse D of E volgt in beginsel eerst aanvullend funderingsonderzoek voordat de taxateur het rapport afrondt.
- Bij elke klasse staat hoe betrouwbaar die is. Dat is belangrijker dan de letter zelf.
- Er is geen officieel funderingslabel vanuit de overheid en het is geen nieuwe wetgeving.
Het funderingslabel is de funderingsrisicoklasse A tot en met E die een taxateur in het taxatierapport opneemt. De klasse komt uit het funderingsrisicorapport van het KCAF en is sinds 1 april 2026 een vast onderdeel van het model Taxatierapport Woonruimte. Hij zegt iets over de kans op funderingsproblemen in jouw situatie, niet over de feitelijke staat van je fundering.
Waarom het een label heet terwijl het dat niet is
In 2020 lag er een plan voor een officieel funderingslabel, vergelijkbaar met het energielabel. Dat plan is na kritiek ingetrokken. Wat er nu is, is iets anders: een risicoklasse binnen het taxatieproces.
Het KCAF is daar expliciet over. Er komt geen officieel funderingslabel vanuit de overheid, en het vernieuwde modeltaxatierapport is een initiatief van het NRVT dat door de overheid wordt ondersteund, geen nieuwe wet- of regelgeving. Je ziet online geregeld staan dat het wettelijk verplicht is. Dat klopt niet.
Waarom dit uitmaakt: een label dat je zelf aanvraagt en toont bestaat niet. De verplichting ligt bij de taxateur die een taxatierapport opstelt.
Wat elke letter betekent
De vijf klassen lopen op en betekenen het volgende:
- A: geen risico
- B: licht risico
- C: verhoogd risico of onzekerheid
- D: hoog risico
- E: een vastgesteld funderingsprobleem
Let op het verschil tussen D en E. D is een inschatting van hoog risico, E betekent dat er een funderingsprobleem is vastgesteld. Het kan ook zijn dat er nog geen risicoklasse beschikbaar is; ook dat wordt in het taxatierapport aangegeven.
Een lage klasse betekent niet dat er zeker niets aan de hand is. Het is een risicosignaal, geen technische eindconclusie.
Waar de klasse vandaan komt
De klasse komt uit het funderingsrisicorapport van het KCAF, dat put uit de landelijke database FunderMaps. Zijn er voor jouw pand geen vastgestelde gegevens, dan berekent een model de meest waarschijnlijke uitkomst met data over de ondergrond, het grondwater en in sommige delen van Nederland zakkingsmetingen van panden vanuit satellieten. Deze gebiedsgerichte data hangt samen met de landelijke aandachtsgebieden van RVO, die in het spraakgebruik ook risicogebieden worden genoemd.
Dat betekent dat de klasse in veel gevallen modelmatig tot stand komt. Er is dan niemand onder jouw woning gaan kijken.
Hoe betrouwbaar die klasse is
Dit is het deel dat vaak wordt overgeslagen, en het is belangrijker dan de letter zelf. Bij elke klasse staat vermeld hoe betrouwbaar die is. Er zijn drie mogelijkheden:
- Vastgesteld: er is directe informatie op pandniveau.
- Afgeleid: de klasse is gebaseerd op vastgestelde gegevens binnen een bouweenheid, bijvoorbeeld van vergelijkbare panden in hetzelfde blok.
- Modelanalyse: modelmatig bepaald op basis van ondergrond-, grondwater- en zettingsdata. Het KCAF noemt dit ook indicatief.
Een D op basis van modelanalyse is dus iets anders dan een vastgestelde D. Het KCAF zegt daarover dat bij een modelmatig of indicatief bepaald risico de betrouwbaarheid lager is en er meer ruimte is voor context en professionele afweging.
Dit werkt ook door in wat je te zien krijgt. Indicatieve herstelkosten worden in het taxatierapport alleen getoond bij een hoog risico en wanneer de betrouwbaarheid vastgesteld of afgeleid is. Bij een modelanalyse met indicatieve betrouwbaarheid staan er geen herstelkosten in.
De taxateur moet de gegevens uit het funderingsrisicorapport vergelijken met wat hij tijdens de opname zelf ziet, en significante afwijkingen expliciet toelichten in het rapport.
Klopt de klasse niet, dan kun je dat melden
Het model is niet onfeilbaar. Het KCAF geeft zelf aan dat de gemiddelde accuraatheid hoog is maar dat het een modelberekening blijft, en dat het model dus een onjuiste conclusie over het funderingstype kan trekken. In dat geval klopt ook de risico-inschatting niet.
Bij een misclassificatie kan een melding worden gemaakt, door de pandeigenaar zelf of door een betrokken professional. Wordt die melding juist bevonden, dan worden de gegevens aangepast. Bewijsstukken zijn welkom maar niet noodzakelijk.
Dat is het meest concrete dat je als eigenaar kunt doen als je zeker weet dat je woning anders in elkaar zit dan het model aanneemt, bijvoorbeeld omdat je een bouwtekening of een eerder onderzoek hebt.
Wat er gebeurt bij klasse D of E
Als het funderingsrisicorapport klasse D of E vermeldt, moet er in beginsel eerst aanvullend en beperkt funderingsonderzoek plaatsvinden voordat het taxatierapport kan worden afgerond. De uitkomst telt mee in het waardeoordeel. In sommige situaties kan de taxateur daarvan afwijken, mits hij dat onderbouwt of bewijsstukken toevoegt.
Wat de klasse niet is
- Geen technisch eindoordeel over de kwaliteit van je fundering.
- Geen vervanging van een funderingsonderzoek.
- Geen document dat je bij verkoop zelf moet aanvragen of tonen.
- Niet hetzelfde als onze eigen indicatie. Wij kijken naar het gebied rond een postcode op basis van open data. De risicoklasse gaat over een adres en wordt afgegeven binnen een taxatie.
Wil je weten hoe jouw gebied ervoor staat voordat er een taxateur aan te pas komt, bekijk dan de funderingskaart.
Kun je je eigen klasse opvragen
Niet rechtstreeks als woningeigenaar. Het funderingsrisicorapport wordt aangevraagd door de partij die bij de taxatie of transactie betrokken is, meestal de taxateur, de makelaar of de geldverstrekker.
Wat je wel zelf kunt doen: het funderingstype van je woning achterhalen. Dat staat vaak op de bouwtekening in het gemeentearchief.